Gideon Thomas Bätz (1751-1820) heeft de roemruchte Utrechtse orgelmakerij langer geleid dan zijn vader Johann Heinrich Hartman en neef Jonathan. In zijn beeld van de orgelmaker schetste Gert Oost een bescheiden, wat stille man, die een minder zakelijke instelling had en bovendien regelmatig kampte met ziekte.

Het front van het G.Th. Bätz-orgel (1782) in de Lutherse Kerk Enkhuizen.
Foto: Marcel Pelt (orgbase.nl

De bouw van het orgel van de Lutherse Kerk van Enkhuizen (1782) was een van de projecten die onder ziekteverzuim te lijden had. In het mei-nummer van tijdschrift De Orgelvriend presenteert Jaap Jan Steensma een aantal brieven die in het kerkarchief bewaard zijn gebleven. Hierin vertelt Bätz over de tegenslagen die hij ondervond. Steensma legt een verband met de dysenterie-epidemie die in die jaren heerste in verschillende Nederlandse steden, waaronder Utrecht en Enkhuizen. 

Het artikel wordt gepubliceerd in Steensma’s rubriek Oud Papier, met als titel “Gideon Thomas Bätz en epidemie in Enkhuizen”. In: De Orgelvriend 62/4 (mei 2020), 30-33. Het blad verschijn op 1 mei; losse nummers en abonnementen zijn verkrijgbaar via de website.