Bij orgels die op de monumentenlijst staan, zijn de Monumentenwet en het daarvan afgeleide beleid van toepassing. De eigenaar van een orgel kan daarbij voor enkele vragen komen te staan. In alle gevallen is het verstandig om in een zo vroeg mogelijk stadium een orgeladviseur bij een project of een subsidie-aanvraag te betrekken.

Het BRIM, klein onderhoud
Het Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten voorziet in rijkssubsidies om een monument in stand te houden. Voor orgels omvat dit concreet het werk dat nodig is om een orgel in technisch opzicht goed functionerend te houden (stemmen en kleine reparaties). Omvangrijker werkzaamheden zoals een restauratie zijn sinds enkele jaren niet meer subsidiabel in het kader van het BRIM.

Het komt wel voor dat een architect of orgelmaker ten behoeve van een BRIM-aanvraag een inschatting van uit te voeren werk maakt. Dit kan er soms toe leiden dat er werk wordt gepland waarvoor een monumentenvergunnging nodig is. De RCE zal om die reden een BRIM-aanvraag moeten afwijzen. Een ander voorbeeld is de uitvoering van stemwerkzaamheden vanuit de BRIM-subsidie. Als er in een orgel (blaasbalgen en windladen) teveel windlekkages zijn en er desondanks gestemd wordt, leidt dit tot ernstige schade aan historisch pijpwerk.
Het is daarom verstandig om ook bij een BRIM-aanvraag een orgeladviseur te betrekken.

Groot onderhoud en restauratie
Hoewel het optimaal laten functioneren (regulier onderhoud) van een orgel altijd het uitgangspunt is, heeft een orgel gemiddeld iedere 40 à 50 jaar groot onderhoud of restauratie nodig. Dit valt niet onder het BRIM, maar onder provinciale restauratie-subsidie. Uitgangspunt is altijd dat de vanuit de wetgever als ‘monumentaal’ aangemerkte onderdelen (die de geschiedenis van het orgel vertellen) behouden blijven en technisch optimaal functionerend gemaakt worden. In het vigerende monumentenbeleid is het conserveren van de huidige (gegroeide) toestand dan ook het uitgangspunt. Zo blijft immers de geschiedenis van een orgel zicht- en hoorbaar.

Het komt echter voor dat niet-originele delen van een historisch orgel om bouw- of klanktechnische redenen niet gehandhaafd kunnen worden. In een dergelijke situatie wordt door de orgeladviseur, in samenspraak met de RCE, nauwkeurig bezien welke maatregelen noodzakelijk zijn om het orgel gedurende 40 à 50 jaar weer – bouw- en/of klanktechnisch – goed te laten functioneren. Dergelijke maatregelen omvatten het – al dan niet op details – herstellen van een vroegere toestand van het orgel.

Herbestemming
Traditioneel zijn orgels veelal in kerkgebouwen te vinden. Helaas moeten als gevolg van teruglopende ledenaantallen veel kerken worden herbestemd voor andere doeleinden of zelfs worden afgebroken. Indien een kerkgebouw een rijksmonumentenstatus heeft, zijn zowel voor herbestemming als afbraak vergunningen vereist. Deze omvatten ook het orgel. Het is natuurlijk prachtig als het orgel in het herbestemde kerkgebouw kan blijven functioneren, maar als dit niet het geval is, zal een bij het instrument passende nieuwe bestemming gevonden moeten worden. De orgeladviseur denkt met de eigenaar mee, pleegt overleg met de RCE en zet, indien nodig, zijn netwerk van mogelijke belangstellenden in.

Lees meer:
Orgeladvies: een introductie
Onderdelen van orgeladvies
Samenwerkingsverband Orgeladvies.nl